Een klein figuurtje op Jan’s schouder

Jan was met een aantal medestudenten een paar dagen naar Praag. Na een leuke avond belandde hij op het dak van een gebouw om van het mooie uitzicht te genieten en stapte op een glazen plaat. Daar zakte hij doorheen.

Hij viel ruim twee meter omlaag en stond toen stil. Nadat zijn ogen aan het donker waren gewend, zag hij dat hij in een brede schacht stond. Hij leunde tegen een muur, terwijl zijn voeten op een soort vensterbank stonden. Daaronder gaapte een gat van acht verdiepingen…

Een van zijn studiegenoten maakte van bovenaf een foto van Jan in zijn benarde positie. Gelukkig maar, anders had niemand het verhaal geloofd. Na een halfuur kon onze Jan zich met veel moeite via een raam bevrijden, waarna hij nog een leuke en leerzame tijd doorbracht in Praag.

Als Jan naar beneden was gevallen, dan hadden Harry en ik onze zilveren bruiloft niet gevierd. Een gebeurtenis, die ook in onze omstandigheden toch wel een feestje waard was. Nu hadden we een lekker etentje samen met de jongens en het was een extra gezellige avond.

Als het ongeluk toch was gebeurd, dan had ik waarschijnlijk nooit meer een column geschreven. Dan had ik er misschien zelfs een einde… Of Harry. Of wij allebei. Dat was toch niet onbegrijpelijk geweest? Als.. . dan.. .  Je hebt er natuurlijk niks aan, maar je kunt er ook niet omheen.

Ik kan het maar niet laten om die foto te bestuderen. Jan kijkt omhoog in de lens met een bebloed voorhoofd. Dat was trouwens maar een schrammetje. En vandaag ontdekte ik al kijkend iets nieuws. Op Jan zijn rechterschouder zit een klein figuurtje. Het is doorschijnend en heeft vleugeltjes. Het fluistert iets in zijn oor. ¨Jouw tijd is nog niet gekomen¨, moeten de woorden zijn geweest.

 

Klik op de foto voor een vergroting

De roosjes op het behang

Als kind deed ik het ook. Tellen. De stoeptegels, het zebrapad. Je mocht met je voeten niet op de zwarte strepen komen en de andere dag niet op de witte. Als je dat wel deed, dan was je af. Viel dan de hemel op je hoofd? Zoiets moet het wel zijn geweest in de beleving van een kind.

Jaren deed ik het niet, maar sinds ik uren achtereen stilzit is het teruggekomen. In de kleedkamer van het zwembad waar ik elke week kom, tel ik de klerenhaken. De grote zijn er telkens tien, de kleine ertussen negen.

De roosjes op het behang in mijn slaapkamer zijn er in de breedte tweeëntwintig en in de lengte negentien. Tegelpatronen, latjes in een hekwerk, zelfs blaadjes van de bloemen in een boeket. Ik word stapelgek van mezelf.

Regelmatig bezoek ik het zaterdagmiddagconcert in de Domkerk. Of de muziek nou mooi is of niet, ik moet me verschrikkelijk beheersen om niet te gaan tellen. Wat bijvoorbeeld te denken van het monumentale kerkorgel! Al die orgelpijpen, pilaartjes, pilasters, hekjes. Dan kijk ik naar links, waar de glas-in-loodramen mij toestralen. Ruitjes tellen van boven naar beneden, van links naar rechts. En dan de apostelen op de ruitjes.

De grote koperen  kandelaren aan het plafond hebben elk achttien armen met lampen. En dan is er weer die meneer voor mij met zijn blokjestrui en schuin voor hem zitten een streepjesoverhemd en een bolletjesjurk.

Het tellen is een dwangmatigheid, maar geen neurose. Dat wil zeggen, dat als het concert klaar is en ik nog niet ben uitgeteld, ik dan toch rustig naar buiten kan gaan. Ik ben de meeste aantallen ook zo weer vergeten. En het dak van de Domkerk zal niet bovenop me vallen.

Het oude leven

Sinterklaas is terug naar Spanje, zodat ik weer tijd heb om iets anders te schrijven dan gedichten. Hiervan maak ik altijd veel werk; dat kan ik tenslotte zelfstandig doen en bovendien vind ik het nog leuk ook.

Dat het veel tijd kost geeft niet, al is het wel pijnlijk om te constateren dat mijn mannen binnen drie uur cadeaus kopen én gedichten schrijven, terwijl ik daarvoor drie weken heb moeten uittrekken. En dan blijkt de kwaliteit van zowel cadeaus als rijmen vervolgens ook nog eens dezelfde te zijn…

Niet dat ik drie weken lang aan niets anders heb gedacht dan aan de Sint. Er gebeurt tenslotte meer tussen hemel en aarde. Fijne, maar ook heel tragische zaken. Neem nou wat een gezin uit Utrecht overkwam.

Twee jongetjes zaten bij hun moeder in de auto. Die parkeerde de wagen nietsvermoedend aan de waterkant bij een kanaal en stapte uit. Maar het terrein liep af en er was geen hek langs het water. De auto kwam in beweging, er was voor de moeder geen houden aan en de kinderen verdwenen in de donkere diepte van het kanaal.

Dit drama vond alweer een week of vijf geleden plaats, maar het laat me niet los. Het oude leven van de ouders en het zusje eindigde op die fatale dag. Diezelfde week kwam Sinterklaas aan in het land.

Het zusje is pas vijf jaar en dus nog gelovig. Sinterklaas zal er dan ook dit jaar toch voor haar hebben moeten zijn. Want, hoe bizar, de goedheiligman blijft wel gewoon bestaan. Hoe moet dit zo getroffen gezin in godsnaam de draad weer oppakken?

Een sterke vrouw

Van de week kreeg ik deze brief. Riet ontmoette ik anderhalf jaar geleden in de kliniek voor Thuisbeademing. Ik verbleef daar een week om aan de nachtbeademing te wennen, Riet was er voor controle. Kinderpolio heeft door de jaren heen haar hele lichaam verwoest, waardoor ze ook aan een rolstoel is gekluisterd en longproblemen heeft.

We hebben tijdens ons verblijf erg gelachen, bijvoorbeeld om die corpulente medepatixebnt, die in de gezamenlijke huiskamer ongegeneerd zijn kousenvoeten op tafel legde. In zijn sokken zaten ook nog grote gaten.

Dit was de brief:

“Lieve Loes,
Ik begrijp uit je laatste columns dat het niet zo geweldig met je gaat. Toch heb ik over het algemeen de indruk, dat je best veel weg gaat om dingen te ondernemen, en dat je daarvan best kan genieten.

Ik moet ook weer aan een nieuwe situatie wennen. Ik heb vierenhalve maand
geleden een zware longontsteking gehad en heb een paar maanden op bed gelegen, omdat ik weinig energie had. Het bleek dat ik geluk heb gehad, dat ik nog leef. En het herstel (voor zover je daarvan kunt spreken) zou een jaar duren en daar schrok ik van. Ook bleek, dat ik ook beademing op de dag moest hebben omdat ik hooguit 8 à 9 uur per dag op kan zijn en dat met een tussenpauze van ongeveer 2 uur. Dat schiet niet echt op, hè. Mijn vriend en ik hebben al die tijd nog niets kunnen ondernemen en dat is ook niet leuk.

Maandag wordt de machine op de rolstoel aangesloten, waar ik als
een berg tegenop zie. Oké, zoals het nu is, is het ook niets. Ik hoop er
snel aan te wennen en dat we samen weer iets leuks kunnen gaan doen.

Ja Loes, ieder huisje heeft z ‘n kruisje, hè.
Hou moed, je bent een sterke vrouw.

Groeten, Riet”

Ik voeg daar aan toe: wie is hier nou eigenlijk sterk?

Voorlopig neem ik even vakantie. Een paar weken geen column, dus.

Groetjes,

Loes

Een stalen kooi

Een stalen kooi

Op tv zag ik een documentaire over een Amerikaanse gevangenis, waar levenslang gestraften zaten. In Amerika betekent levenslang ook werkelijk opgesloten zijn tot aan je dood. Heb je zware delicten gepleegd, dan kun je wel 500 jaar gevangenisstraf krijgen.

En van die zware criminelen werd gelucht en stond anderhalf uur lang in een stalen kooi in de buitenlucht. De zon scheen. Gelukkig voor hem, want hij kwam maar xe9xe9n keer in de maand buiten. Het zal maar net regenen, dan.

De interviewer vroeg hem hoe hij zich voelde. "Ach, ik heb een dak boven mijn hoofd en elke dag te eten. Mijn pensioen is geregeld, dus ik hoef me geen zorgen te maken over de toekomst", zei de man.

En wat miste hij in deze omstandigheden het meest? Dat hij in vrijheid naar buiten kon om bijvoorbeeld uitstapjes te maken, was het voor de hand liggende antwoord. Maar: "Als je je erop instelt, kun je wel leven met deze beperkingen. Je moet er gewoon niet over nadenken, dan mis je die vrijheid ook niet", zei hij laconiek.

Het was of ik mezelf hoorde praten. Wat hij zei, is waar. Het is mogelijk om je af te sluiten voor onbereikbare prikkels en zodoende tevreden te zijn met wat je wel hebt. Dat is ook mijn ervaring.

Het probleem is echter dat je zoiets alleen kunt zeggen, wanneer je je goed voelt. En onder extreme omstandigheden, zoals levenslange opsluiting in een gevangenis of in je eigen lijf, gaat het toch behoorlijk vaak maar matig met je.

Dus ook die gedetineerde zal regelmatig uit pure frustratie met zijn vuisten op zijn celmuur bonken, net als dat ik denkbeeldig om mij heen sla. Maar als mijn hoofd weer eens uit elkaar lijkt te barsten van ellende, dan moet ik toch even aan die gekooide woorden denken.

Een cruise op de Middellandse Zee

“Als het regent of koud is, zit ik binnen. Maar met dit mooie weer ook, want ik kan niet meer tegen de warmte”, zei ik tegen mijn alter ego.

“Er zijn zoveel mensen die daar last van hebben.”
“Ja, maar vroeger had ik dat niet. Bovendien lig ik tegenwoordig de halve week ‘s middags op bed aan de beademing. Ik heb nog maar zo weinig energie.”
“Dat hoort nou eenmaal bij de ziekte. Je wist van tevoren dat het zo zou gaan.”
“Dus moet ik er maar gewoon vrede mee hebben?”

“Wees blij dat je zoveel mensen om je heen hebt.”
“Vroeger had ik anders het honderdvoudige aan vrienden, bekenden, collega’s en andere relaties. De spoeling is dun geworden.”
“Vind je het gek? Je praat ook alleen maar over hoe moeizaam je leven is geworden.”
“Wat moet ik anders zeggen als ze vragen hoe het is? Dat het fantastisch met me gaat? Dat ik met een mooie andere baan bezig ben? Dat ik van die leuke schoenen heb gekocht? Dat ik met Harry een reisje naar Rome heb gemaakt en dat we van de zomer drie weken in Engeland gaan wandelen? Niet dus. Ik heb echt niks leuks te melden.”

“Je hebt laatst toch een bootreisje gemaakt?”
“Ja en iedereen doet alsof het een cruise op de Middellandse Zee was. Als dit het hoogtepunt van het jaar moet zijn…”
“Je bent een verwend nest! Er zijn zat mensen, die nooit op vakantie gaan.”
” Ik zal me schamen. En ik zal ook iedereen dankbaar zijn, die wel naar me omkijkt en voor me zorgt.”
“Dat zou ik maar doen, ja. Je hebt tenslotte fantastische zorgverleners om je heen.”
“Dat klopt. Dankzij het persoonsgebonden budget, waar dat verdomde kabinet nou ook aan zit te morrelen. Het zal mijn tijd wel duren, maar van al die bezuinigingen word ik ook somber.”
“Geef Marc Rutte maar de schuld van jouw gemoedstoestand.”
“Ik heb nog maar een paar jaar en het is heel vervelend om me in die laatste periode ook nog zo te moeten ergeren. Maar ik ga proberen dat maar niet te doen. Het is zo al moeilijk genoeg.”

“Had je deze laatste jaren dan niet willen meemaken?”
“Jawel, natuurlijk had ik die niet willen missen”, zei ik zwakjes tegen mijn alter ego. “Ik vind het fijn dat ik mijn kinderen groot heb zien worden. En dat ik nog zoveel kan schrijven. Maar verder is er niet veel meer aan, eerlijk gezegd.”

Dat is beschaving

Het zal mijn tijd wel duren. Pas in 2014 worden de betalingen van het persoonsgebonden budget stopgezet en dan ben ik er waarschijnlijk niet meer. Trouwens, ik denk dat ik tot de groep zogeheten x91zware gevallenx92 behoor, die recht blijft houden op het PGB. Maar voorlopig weet ik dat nog helemaal niet zeker.

Het kabinet Rutte hakt met de botte bijl in op zox92n beetje alles wat Nederland tot een beschaafd land heeft gemaakt. Onderwijs, cultuur, geestelijke gezondheidszorg, sociale werkvoorziening, overal wordt fors op bezuinigd.

Ook het persoonsgebonden budget moet eraan geloven. Dit prachtige product is ongeveer vijftien jaar geleden door Erica Terpstra in het leven geroepen. Het sterke staaltje emancipatie voor de mens met een beperking was een paradepaardje van de VVD.

Heb je een lichamelijke handicap, word je chronisch ziek of je partner dement, is je kind verstandelijk beperkt of autistisch, dan kun je (AWBZ-)geld krijgen om je eigen zorg in te kopen. Jij bepaalt welke zorg je nodig hebt en wie je helpt.

Ik heb al tien jaar een PGB. Daardoor hoef ik niet naar een verpleegtehuis, maar ben ik ook niet afhankelijk van een thuiszorgorganisatie met al haar beperkingen. Ik regel alles zelf en dat is juist zo fijn. De regie in eigen handen houden in een situatie waarin je toch al zo afhankelijk bent, is een groot goed.

Dat geldt ook voor hen, die relatief minder zorg nodig hebben. Zelf kunnen bepalen hoe je je hulp organiseert, schept autonomie. Dat is beschaving. Natuurlijk zijn er excessen en profiteurs. Die heb je overal. Maar pak dan de indicatiestelling en controle aan in plaats van 90 procent van de PGB-houders te straffen.

Rutte zou trots moeten zijn op het PGB en staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten moet zich diep schamen, omdat ze aan deze ingreep meewerkt. Het is voor hen te hopen, dat zij in de toekomst niks gaan mankeren.

Natuurlijk ben ik jaloers

In de rietkragen langs de oevers van Vecht en IJssel zongen kleine karekieten, rietzangers en rietgorzen. Verder hoorden we merels, zanglijsters en al het andere denkbare zingend gevogelte.

Tot mijn grote vreugde overstemde de motor van ons varende vakantiehuis dit permanente, gratis voorjaarsconcert niet. Het was vanwege het zingen van de vogels dat ik de vaarvakantie dit jaar in het voorjaar wilde doen.

Mam en ik lieten ons voor de tweede keer door schipper Fred over de Nederlandse wateren verplaatsen. Een jaar geleden naar de kop van Noord-Holland, nu was Overijssel aan de beurt. Het voor een gehandicapte passagier aangepaste schip beviel vorig jaar tenslotte goed.

Spakenburg, Kampen, Blokzijl, Vollenhove. Stadjes met een rijke historie en een hoog gehalte aan grijze echtparen, die van hun pensioen genietend de terrassen bevolkten. Ze aten veelal een uitsmijter met ham en kaas, om vervolgens op hun elektrisch versterkte, identieke fietsen kalm naar het volgende torentje aan de horizon te trappen. Ook zwaaiden we ze veelvuldig toe op hun boten.

Een vredige aanblik, maar na het zoveelste pittoreske plaatsje werd ik een beetje opstandig. Jaloezie, omdat ik nooit van een oude dag zal genieten? Trouwens, zelfs met veel fantasie zou ik Harry en mijzelf nog niet op deze wijze bejaard zien worden.

Hoe dan ook, natuurlijk ben ik jaloers. Samen oud worden, dat is toch wat iedereen wil? Samen leuke dingen doen, daarvoor blijf je toch bij elkaar? Bij ons loopt het anders en dat maakt ons allebei opstandig.

Maar de honderden zwanen en tientallen ooievaars maakten een hoop goed en wat te denken van een gekraagde roodstaart! En mam begreep me wel. Dat is zo fijn van moeders. Ze begrijpen zo veelx85

Beestje

We waren allemaal dol op haar, die kleine tijgerkat. Beestje was mooi, slank, aanhankelijk en speels. Ze rende achter speelgoedmuizen aan, maar liever nog speelde ze met een levende. Laatst bracht ze een arme muis mee naar binnen en was er een hele middag zoet mee.

De ekster die ze ving, was net zo groot als zijzelf. Ze legde hem in de kelderkast en ze kon ons niet uitleggen wat dit eigenlijk voor nut had. Wel waren we trots op haar.

Een favoriete houding van Beestje was op haar rug liggend, met voor- en achterpootjes gestrekt, in de armen van bij voorkeur Kees. Ze was dan volkomen ontspannen. Maar verder nam ze elke mogelijkheid te baat om de straat op te glippen en ze zocht het avontuur steeds verder van huis. De drukke straat achter ons werd haar fataal.

Want nu is plotseling die kleine poes, die ons zo veel plezier en afleiding gaf, dood. Dat geeft x91gewoonx92 verdriet. Maar het doet me tevens beseffen hoe zwaar en niet normaal ons leven eigenlijk is. Hoe verdriet van een heel andere orde ons bestaan voortdurend beheerst en ondermijnt.

Troostrijk waren trouwens de vrijwilligers van de Dierenambulance, die onze poes van de straat hadden meegenomen. Harry en Kees haalden haar op en het trof hen met hoeveel respect zowel zij als Beestje werden bejegend.

Beestje was ook een ster in het vangen van vliegen en wespen. Ze danste de kamer door, net zolang tot ze tevreden een levende bonbon kon wegkauwen. Terwijl ik dit schrijf, kijk ik door het raam van de voorkamer. Daarop staat alweer een paar maanden een pootafdrukje van Beestje, als gevolg van de jacht op een bromvlieg. Voorlopig moeten we de ramen maar niet zemen.

Kom op, Mihai!

Al ruim twee weken lang hoop ik vurig op herstel van Mihai Nesu. En lang niet ik alleen, trouwens. Tijdens een training valt een voetballer van FC Utrecht zo ongelukkig bovenop zijn Roemeense collega, dat xe9xe9n van diens bovenste nekwervels breekt. Van de ene seconde op de andere is Mihai vanaf zijn nek verlamd.

Na een vijf uur durende operatie begint het wachten op verbetering. Want er moet iets van een tinteling, een beetje gevoel terugkomen, wil er hoop zijn dat hij zijn armen en benen weer zal kunnen bewegen. En dan is nog maar de vraag, hoeveel functie Mihai zal terugkrijgen.

Voor een x91gewoonx92 mens is dit moeilijk te bevatten. Als je normaal door het leven loopt, dan kun je je nauwelijks voorstellen hoe het is om verlamd en daardoor volledig afhankelijk te zijn. Laat staan als je, zoals deze jongen, topsporter bent.

Ik heb nog wel gevoel in mijn ledematen, maar ik kan mijn armen en benen ook niet meer gebruiken. Ik weet dus hoe het leven van een verlamde er uitziet. Maar ook hoe je langzaam maar zeker kunt wennen aan je huidige staat van zijn.

Dat het mogelijk is te leren omgaan met je fysieke afhankelijkheid, met zorgverleners, hulpmiddelen, enzovoort. Dat je uiteindelijk zult gaan beseffen dat jouw leven weliswaar niet meer x91gewoonx92 is, maar daarom nog niet minder (de moeite) waard.

Maar wat heb je als 28-jarige topvoetballer aan die mooie woorden? En je vrouw, en je ouders? En vooral niet te vergeten de collega-voetballer die helemaal buiten zijn schuld bij dit ongeluk was betrokken?

Mihai is mentaal sterk en positief, zeggen zijn behandelaars. Dat is heel goed nieuws, want die instelling is onmisbaar in het proces van een zo groot mogelijk herstel. Dat is tenslotte waar iedereen vurig op hoopt. En hoop, die mag je nooit opgeven. Ik wens alle betrokkenen ontzettend veel sterkte en hoop toe. Kom op, Mihai!

Copyright © 2012